Financiële wijzigingen 2018

Het demissionaire kabinet maakte op Prinsjesdag (19 september 2017) diverse maatregelen bekend die woningbezitters in 2018 financieel raken. De Eerste en Tweede Kamer moeten hier eind 2017 nog haar goedkeuring aan verlenen voordat deze definitief in werking kunnen treden. Welke financiële veranderingen kunt u in 2018 verwachten? Een overzicht.

Maximale hypotheek omlaag naar 100 %

De maximale lening die u in 2018 mag afsluiten voor een woning daalt van 101 % naar 100 % van de waarde van de woning. Dat betekent dat u meer eigen geld nodig heeft om bijvoorbeeld overdrachtsbelasting en financieringskosten te betalen.

 

 

 

 

Het inkomen van de partner mag vanaf 2018 voor 70 % meetellen bij de hypotheekaanvraag. In 2017 is dat 60 %.

Aanpassing NHG-grens

De NHG-grens wordt vanaf januari 2018 gekoppeld aan de gemiddelde huizenprijs.

Maximumtarief hypotheekrenteaftrek omlaag naar 49,5 %

De hypotheekrenteaftrek wordt per 1 januari 2018 verder beperkt. In 2017 is het maximale tarief waartegen de rente aftrekbaar is 50 %. In 2018 wordt dat 49,5 %.

Deze beperking geldt voor aftrekbare kosten voor de eigen woning. Dus niet alleen de hypotheekrente van eigenwoningschulden, maar ook bijvoorbeeld de rente en kosten van restschulden, aftrekbare erfpachtcanons of de advieskosten bij het sluiten van de hypotheek. Dit raakt alleen huiseigenaren die in de hoogste belastingschijf zitten. In 2017 zijn dat huiseigenaren met een belastbaar jaarinkomen boven de € 67.072.

Vervallen restschuldregeling 

Per 1 januari 2018 vervalt de fiscale restschuldregeling; een restschuld financieren wordt duurder. Rente en kosten van restschulden die na die datum worden gerealiseerd, zijn niet aftrekbaar.

De restschuldregeling blijft dus alleen gelden voor restschulden die zijn ontstaan tussen 29 oktober 2012 en 31 december 2017. De duur van de aftrek is vijftien jaar. Rente en kosten zijn alleen aftrekbaar over restschulden die zijn ontstaan in verband met de verkoop van een voormalige eigen woning.

Monumentenaftrek

U mag de kosten voor onderhoud van uw rijksmonumentenpand aftrekken. Wel moet het gaan om kosten die u maakt om het pand in bruikbare staat te houden of te herstellen. Kosten voor verbetering zijn van deze regeling uitgesloten.

De aftrekregeling voor de monumentenwoning zou op de schop moeten in verband met een bezuiniging van 25 miljoen. Deze bezuiniging is in de voorjaarsnota 2017 teruggedraaid. De regeling blijft tot 2019 ongewijzigd. Het nieuwe kabinet moet beslissen of de aftrek na 2018 in stand blijft of dat er een subsidie voor in de plaats komt.

WOZ-waarde stijgt 

De gemiddelde WOZ-waarde van woningen stijgt in 2018 met 5 tot 7 %. Dat schrijft de Waarderingskamer (de toezichthouder op de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ)) in een brief aan de staatssecretaris van Financiën.

De WOZ-waarde is van invloed op de hoogte van een aantal belastingen voor huiseigenaren. Denk aan de OZB, watersysteemheffing, eigenwoningforfait (in de inkomstenbelasting) en de schenk- en erfbelasting.

Verlaging rendementspercentages (box 3)

U betaalt geen belasting over de werkelijke opbrengsten op uw vermogen, maar de opbrengst wordt vastgesteld met behulp van jaarlijks vastgestelde percentages. Dit heet het forfaitaire rendement.

In 2018 daalt het tarief voor het forfaitaire rendement voor sparen naar 1,30 % (2017: 1,63 %) en voor beleggen naar 5,38 % (2017: 5,39 %). De verwachting van staatssecretaris is dat deze percentages verder zullen dalen in 2019. Voor sparen wordt een tarief verwacht van 0,89 % en voor beleggen 5,33 %. Dat betekent dat de belastingdruk op uw vermogen komende jaren zal dalen. Als we deze rendementspercentages afzetten tegen een belastingtarief van 30 % betekent dit per saldo het volgende forfaitair rendement:

Forfaitair rendement
Schijf 2017 2018 2019 (verwachting)
€ 25.000-100.000 2,87 % 2,65 % 2,36 %
€ 100.000-1.000.000 4,60 % 4,52 % 4,40 %
>€ 1.000.000 5,39 % 5,38 % 5,33 %

Sinds 2017 is de berekeningswijze van de belasting over het vermogen gewijzigd. Sindsdien wordt het rendementspercentage bepaald afhankelijk van de hoogte van het vermogen. Bij een hoger vermogen komt u in een andere schijf terecht en gaat de Belastingdienst uit van een hoger rendement.

Beperking in gemeenschap van goederen

Per 1 januari 2018 verandert het standaardhuwelijk. De wettelijke gemeenschap van goederen zoals die nu nog geldt wordt beperkt. Voorhuwelijkse bezittingen en schulden worden niet meer automatisch gemeenschappelijk. Alleen wat tijdens het huwelijk wordt opgebouwd valt in de huwelijksgemeenschap.

Ook ontvangen schenkingen en erfenissen worden anders behandeld. Tot 2018 vallen deze automatisch in de huwelijksgemeenschap, tenzij men dit anders regelt via een uitsluitingsclausule. Na 1 januari 2018 blijven ontvangen schenkingen en erfenissen er juist buiten. Als het gewenst is dat het toch in de gemeenschap valt, moet u dat regelen via een insluitingsclausule.

Een volledige gemeenschap blijft nog wel mogelijk, maar ook dit moet dan bij de notaris worden geregeld.

About the Author

The Author has not yet added any info about himself