Eigen woning? Zo doe je aangifte!

Consumenten met een eigen huis dienen bij de belastingaangifte met een aantal zaken rekening te houden. Dat kan ook wat mooie voordeeltjes opleveren.

 

1. Hypotheekrenteaftrek

De aftrekpost die iedere woningeigenaar kent, is de hypotheekrenteaftrek. Hierdoor krijgen de meeste mensen een bedrag terug van de Belastingdienst. Soms in één keer, anders maandelijks via de voorlopige teruggave.

Jaarlijks wordt het tarief voor de aftrek voor de eigen woning verminderd, totdat je de rente en kosten van de eigen woning nog maar tegen 38% kunt aftrekken. Voor de Belastingaangifte over 2017 is de maximale aftrek verder verlaagd naar 50%. Dit raakt alleen huiseigenaren die in de hoogste belastingschijf zitten. In 2018 zijn dat huiseigenaren met een belastbaar jaarinkomen boven de €6-67.072.

Je hebt overigens alleen hypotheekrenteaftrek als je je hypotheek in een looptijd van 30 jaar volledig en tenminste annuïtair aflost. Dat betekent dat je elke maand een vast bedrag aflost dat bestaat uit rente en aflossing. De regel geldt alleen voor nieuwe hypotheken en dus niet voor bestaande (gedeeltelijk) aflossingsvrije hypotheken.

2. Eenmalig aftrekbare kosten

Koop je een eigen woning? Of heb je een nieuwe hypotheek of lening afgesloten voor de verbouwing of het onderhoud van de eigen woning? Dan mag je een aantal financieringskosten eenmalig aftrekken. Ook mag je deze kosten meefinancieren in je hypotheek.

Voor het afsluiten van je hypotheek zijn de volgende kosten eenmalig aftrekbaar: bemiddelingskosten voor het krijgen van uw hypotheek of lening, zoals advies- en afsluitkosten, notariskosten en kadastrale rechten voor de hypotheekakte (inclusief btw), taxatiekosten (alleen om een lening te krijgen), kosten van de aanvraag van een Nationale Hypotheek Garantie, bouwrente over de periode na het sluiten van de voorlopige koop-/aannemingsovereenkomst, kosten van nieuwbouwdepot of verbouwingsdepot (onder voorwaarden).

3. Restschuld en aftrek rente

Heb je je huis verkocht en heb je nog een restschuld? Dan mag je nog maximaal 15 jaar de betaalde rente en financieringskosten van de restschuld aftrekken van de belasting. Deze maatregel geldt voor restschulden die tussen 29 oktober 2012 en 31 december 2017 ontstaan. In de periode dat je nog recht hebt op aftrek hoef je de lening niet af te lossen. De regeling is er ook voor huiseigenaren die na verkoop een woning gaan huren.

4. Hypotheek (deels) aflossen

Aan het einde van het jaar valt op vermogensbelasting te besparen door extra af te lossen op de hypotheek. Het moment dat de vermogensbelasting wordt bepaald is 1 januari. Hoe lager je spaarsaldo dan is, hoe minder belasting je betaalt. Na aflossing op je hypotheek kun je wel minder hypotheekrente aftrekken.

5. Leegstaande woning en aftrek rente

Let er op dat de hypotheekrente alleen aftrekbaar is voor je eigen woning, ofwel, je hoofdverblijf. Ga je ergens anders wonen om je huis te verkopen? In dat geval is de hypotheekrente voor je leegstaande woning nog maximaal 3 jaar aftrekbaar. Heb je een huis gekocht dat in aanbouw is? Ook in dat geval mag je de hypotheekrente maximaal 3 jaar aftrekken.

6. Deel van de eigen woning verhuurd

Heb je een kamer leegstaan en verhuur je deze om wat bij te verdienen? Als je aan bepaalde voorwaarden voldoet, hoef je de inkomsten niet altijd op te geven. Voldoe je niet aan de voorwaarden die de Belastingdienst stelt, dan valt het verhuurde deel van je woning in box 3. Je geeft dan de waarde van het gedeelte dat je verhuurt en een even groot deel van de eigenwoningschuld aan in box 3. De rente over het verhuurde deel mag je niet aftrekken.

7. Vakantiehuis

De rente op een lening voor het tweede huis kun je niet aftrekken in box 1. Het is namelijk niet de woning waarin je woont, de zogenoemde hoofdwoning. Wel moet je het tweede huis opgeven in box 3 als vermogen en betaal je er dus vermogensrendementsheffing over.

8. WOZ-waarde

Minder belasting over de eigen woning betalen kan door verlaging van de WOZ-waarde af te dwingen. Denk je dat de huizen om je heen minder waard zijn of heb je een goede reden waarom jouw huis minder waard is dan controlehuizen in de buurt, dan heb je goede argumenten voor een lagere WOZ-waarde. Een lagere WOZ-waarde scheelt vooral in de (gemeentelijke) onroerende zaakbelasting en bij erfenissen voor de erfbelasting.

Let op dat je bij de aangifte over 2017 de WOZ-waarde van begin 2016 moet invullen. Heb je nog geen reactie op je bezwaar, kies dan toch de WOZ-waarde die je thuisgestuurd kreeg.

9. Lening bij familielid of buitenlandse bank voor eigen huis

Heb je een lening voor je huis afgesloten bij een familielid, een bv of een buitenlandse bank? Dat moet je opgeven bij de aangifte inkomstenbelasting.

10. Schenking voor je huis

Heb je een schenking ontvangen voor je eigen woning? Dit geef je niet op bij de inkomstenbelasting, maar via het (aparte) formulier schenkbelasting.

11. Scheiding

Als je gedurende het jaar besluit te scheiden, maar wel nog een tijdje eigenaar blijft totdat de scheiding daadwerkelijk geformaliseerd wordt, dan kun je nog twee jaar de helft van de hypotheekrente aftrekken. Geef dan ook het halve eigenwoningforfait aan.

Bron: De redactie van DFT Geld

About the Author

The Author has not yet added any info about himself

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *